zaterdag 16 april 2011

Bidden en ontvangen. (2)

"Door de gemeente werd voortdurend tot God voor hem gebeden." Hand. 12:5

Tot God.

Een gebed dat verhoord wordt is een gebed tot God. Logisch, zul je zeggen.
Maar is dat ook zo? Als we bidden, bidden we dan wel werkelijk tot God?

Is het niet vaak zo dat wanneer we bidden, we veel meer nadenken over wat we gaan vragen dan dat we nadenken over die grote God die hemel en aarde gemaakt heeft en alle macht heeft?
Is het niet vaak zo dat we in onze gebeden niet veel nadenken over wat we van Hem gaan vragen of van Wie we het vragen, maar dat onze gedachten afdwalen en overal naar toe gaan?
We nemen wel Gods naam op de lippen maar is dat wel bewust naderen tot God? Of nemen we de naam van God eigenlijk ijdel in de mond, terwijl we verbeelden dat we tot Hem bidden?

Als er kracht van ons gebed moet uitgaan, als ons gebed iets moet bewerkstelligen dan is het eerste waar we zeker van moeten zijn, dat we werkelijk in Gods tegenwoordigheid zijn en dat we werkelijk tot Hem spreken.
Bidt pas totdat je er zeker van bent dat je in de tegenwoordigheid van God bent en dat je werkelijk tot Hem spreekt.

Hoe komen we in Gods nabijheid en hoe kunnen we er zeker van zijn dat we in Gods nabijheid zijn, dat we werkelijk met Hem spreken?
Er staat een duidelijk antwoord in de Bijbel.

Het eerste gedeelte van het antwoord staat in Hebreeën 10:19
"Omdat wij nu, broeders, vrijmoedigheid hebben om in te gaan in het heiligdom door het bloed van Jezus."

Wij komen in de nabijheid van God 'door het bloed van Jezus' en op geen enkele andere manier.
Jij en ik zijn zondaren en God is oneindig heilig, zo heilig dat zelfs de serafs, die wonderbare, vurige wezens hun gezichten en voeten moeten bedekken in Zijn aanwezigheid. (Jes. 6:2)
Maar onze zonden zijn op iemand anders gelegd, op de Here Jezus, toen Hij stierf aan het kruis op Golgotha en een volkomen genoegdoening voor al onze zonden bewerkte.
Hij nam onze plaats in, de plaats van het van God verlaten zijn, de plaats van de 'vloek'.
Op het moment dat wij Hem aanvaarden en in Gods eigen getuigenis geloven, dat Hij door zijn vergoten bloed een volkomen verzoening voor onze zonden verworven heeft, en wanneer wij God vertrouwen dat Hij ons vergeven en gerechtvaardigd heeft omdat de Here Jezus in onze plaats gestorven is, op dat moment, zijn onze zonden vergeven.
Dan worden we als rechtvaardig gezien en mogen we de plaats boven de serafs binnengaan, op de plaats van Gods enige en volmaakte Zoon, Jezus Christus.

Wij hoeven onze gezichten en voeten niet te bedekken, want wij zijn volkomen 'aangenomen door de Geliefde' (Ef. 1:6)
Om 'het heiligdom binnen te gaan,' om daar in de directe aanwezigheid van God te komen door 'het bloed van Jezus', betekent dat we, als we naar God toe komen, alle gedachten over eigen aanvaardbaarheid voor God, moeten opgeven.
We moeten ons realiseren dat we hopeloze zondaren zijn en geloven dat al onze zonden verzoend zijn door het vergoten bloed van Jezus Christus.
Daarom komen we 'met vrijmoedigheid' voor het aangezicht van God, in het heiligste der heiligen, door Christus' bloed.

Op grond van Christus' vergoten bloed kan de grootste zondaar die ooit op deze aarde geleefd heeft, die zich bekeerd heeft en Jezus heeft aangenomen en vertrouwt op zijn vergoten bloed als grond van zijn aanvaarding voor God, voor Gods aangezicht komen.
Om elke dag van het jaar en elk uur van de dag of nacht, met een volkomen vrijheid om elk verlangen van zijn hart voor God te leggen en te ontvangen wat hij vraagt.

Alleen op grond van het vergoten bloed van Jezus Christus kunnen we voor Gods aangezicht verschijnen. Door het geloof in het bloed van Jezus Christus, als een volkomen verzoening voor je zonden en als enige grond waarop je vergeving en rechtvaardiging kan vinden, is waarachtig gebed mogelijk.

Het tweede deel van het antwoord staat in Ef. 2:18
"Want door Hem hebben wij beiden in één Geest de toegang tot de Vader".

Hier wordt dezelfde gedachte herhaald; het is 'door Hem'.
Door Jezus Christus komen we 'in' de ene Geest, de Heilige Geest.
Het is het werk van de Heilige Geest om ons, wanneer we bidden, bij de hand te nemen, voor het aangezicht van God te leiden en ons aan Hem voor te stellen, om God een realiteit voor ons te maken als we bidden.
Het is het werk van de Heilige Geest om ons aan God voor te stellen. Om ons voor Gods aangezicht te leiden en God een werkelijkheid voor ons te maken wanneer we bidden (of dankzeggen, of aanbidden).

Wanneer we bidden moeten we ervoor zorgen dat de Heilige Geest God tot een werkelijkheid voor ons maakt, zodat wij echt voor het aangezicht van God komen en er zeker van zijn dat we in zijn tegenwoordigheid zijn.

Heb je ooit de ervaring gehad dat, toen je ging bidden, het leek alsof er niemand luisterde, alsof je zomaar tegen de lucht sprak, in het luchtledige?
Wat moet je op zo'n moment doen?
Stoppen met bidden en wachten op een moment waarop we er wel voor voelen om te bidden?
Nee, wanneer we er het minst voor voelen te bidden en wanneer God het minst voor ons leeft, dan is dat de tijd dat we het gebed het meest nodig hebben.
Gewoon stil zijn en opzien naar God en Hem vragen of Hij zijn belofte wil vervullen en de Heilige Geest wil sturen om ons voor zijn aangezicht te leiden en Hem werkelijkheid voor ons te maken.
Als we zo wachten en verwachten zal Hij komen om ons voor Gods aangezicht te leiden en God tot werkelijkheid te maken.

Wij hebben
God de Vader nodig (om 'tot' te bidden);
we hebben
Jezus Christus, Gods Zoon nodig (om 'door' te bidden),
en we hebben
de Heilige Geest nodig (om 'in' te bidden)

We bidden tot God de Vader, Jezus Christus de Zoon, en onder leiding van en in de kracht van de Heilige Geest. Zulk bidden wordt door de Vader verhoord.

Bidden en ontvangen. (1)

"Maar door de gemeente werd voortdurend tot God voor hem gebeden" (Hand. 12:5)

Ongetwijfeld was de dood van Jacobus, de broer van Johannes, het gesprek van de dag geweest in Jeruzalem.
Koning Herodes had Jacobus gevangen laten nemen en laten onthoofden. De Joden hadden daar van harte mee ingestemd, dus Herodes laat ook Petrus gevangen zetten. Ook hij zal omgebracht worden, alleen er was wel een klein probleempje.
De arrestatie vond plaats in de feestelijke week voor het jaarlijkse Pascha. Een belangrijk feest voor de Joden en daarom werd de terechtstelling uitgesteld tot na het feest. De volgende dag zal Petrus onthoofd worden.
Hoe zal Petrus zich gevoeld hebben, die avond voor zijn sterven?
Zonder hoop, benauwd, angstig in de goed beveiligde gevangenis?

Gelukkig had hij veel vrienden in Jeruzalem. Onder hen waren ook invloedrijke mensen, zij zouden hem wel helpen.
Zouden ze een privéleger op de been brengen? Of zouden ze de Koning met geld proberen om te kopen? Dat hadden ze best kunnen doen, maar dat deden ze niet.

Ze organiseerden een bidstond om Petrus uit de gevangenis te bidden.
De hele nacht zijn ze in gebed.

En Petrus? Hij slaapt intussen heel rustig.
Bewaakt door 16 soldaten, aan beide kanten vastgeketend aan een soldaat.
Plotseling wordt hij door een engel wakkergeschud.
Ongehinderd verlaten ze samen de zwaarbeveiligde gevangenis. Zelfs de ijzeren buiten poort gaat vanzelf voor hen open. En dan staat hij daar als een vrij man buiten de gevangenismuren.
Als de engel verdwenen is overlegt Petrus bij zichzelf en besluit naar de gebedsbijeenkomst te gaan.

De bidders worden opgeschrikt door het geklop op de deur van het huis van de moeder van Marcus.
Eén van de aanwezig, Rhodé, loopt naar de deur. Als zij de stem van Petrus herkent is ze zo opgewonden dat ze terug gaat naar de anderen zonder de deur te openen.
“Ons gebed is beantwoord, Petrus staat bij de deur!” roept ze uit.
De andere bidders geloven hier geen woord van. Dat is toch onmogelijk?
Petrus blijft intussen kloppen op de deur en daar stond hij, het levende bewijs dat God hun gebeden beantwoord had.

Een grote groep gelovigen uit Jeruzalem was daar in gebed bijeen geweest, ongetwijfeld ook de andere discipelen. Maar niemand wordt bij name genoemd, behalve Rhodé, een gewoon dienstmeisje.
Zij was de enige die echt geloofde dat het Petrus was die daar stond.
Was zij daarom de enige die de moeite waard was om bij name genoemd te worden?

Als we nu ook nog weten hoe deze mensen baden dan kunnen we er achter komen hoe wij moeten bidden om te ontvangen wat we vragen.

In vers 5 lezen we hoe zij baden:
"Door de gemeente werd voortdurend tot God voor hem gebeden."

Het geheim van het gebed dat krijgt wat het vraagt ligt in deze vier punten van hun gebed:
- VOORTDUREND.
- DE GEMEENTE.
- TOT GOD.
- VOOR HEM.

dinsdag 12 april 2011

Voorbede doen.

Neem bovenal het schild van het geloof op, waarmee u alle vurige pijlen van de boze zult kunnen uitblussen.
En neem de helm van de zaligheid en het zwaard van de Geest, dat is God's Woord,
terwijl u bij elke gelegenheid met alle gebed en smeking bidt in de Geest en daarin waakzaam bent met alle volharding en smeking voor alle heiligen. Bidt ook voor mij, opdat mij het woord gegeven wordt bij het openen van mijn mond, om met vrijmoedigheid het geheimenis van het Evangelie bekend te maken, waarvan ik een gezant ben in ketenen, opdat ik daarin vrijmoedig mag spreken, zoals ik moet spreken.

(Ef. 6:16-20)

Paulus roept de christenen in Efeze op tot het doen van voorbede. Hij vraagt gebed voor zichzelf, zodat hij in antwoord op hun gebed het evangelie met vrijmoedigheid kan brengen.

Hier kunnen we vandaag nog steeds veel van leren.
Als zelfs Paulus het gebed van anderen nodig heeft, hoeveel te meer hebben onze voorgangers ons gebed dan nodig.
Wat staan we vaak snel klaar met ons oordeel over onze voorganger. We hebben commentaar op de preek of we vinden dat hij in het pastoraat steken laat vallen. Of hij is niet zo geschikt voor de jeugd, of...noem maar op.
We praten te veel over onze predikanten en we bidden te weinig voor hen!

Missen we zondags in onze kerk een krachtdadige prediking? Roddel dan niet langer over hem, maar betaal de prijs!
Wil je dat jouw voorganger nog beter en met nog meer vrucht werkt? Klaag dan niet langer, maar wees bereid om de prijs te betalen!
Die prijs heeft niets te maken met een hoog salaris, maar alles met gebed, met veel gebed.

Laten we in plaats van praten over onze predikanten, veel meer bidden voor hen.
Met alle volharding en smeking bidden voor alle gelovigen en in het bijzonder voor onze voorgangers. Bidt voor hem, voortdurend en volhardend totdat God hem nieuwe wijsheid geeft en hem bekleedt met nieuwe kracht.
Als we bereid zijn om die prijs te betalen dan kan iedere gemeente een krachtige man van God als voorganger hebben, een voorganger die vervuld is met de Heilige Geest.

Ben jij bereid om een echte voorbidder te worden?

Welke gevolgen heeft gebed?

"Het gebed van een rechtvaardige vermag veel, doordat er kracht aan verleend wordt"
anders vertaalt:
'Het gebed van iemand die de wil van God doet, bezit een krachtige uitwerking"
of nog anders:
"Een krachtig gebed van een rechtvaardige brengt veel tot stand"
(Jakobus 5:16b)

Volgens deze woorden is het gebed een kracht waardoor dingen tot stand worden gebracht die zonder gebed niet tot stand zouden komen.
Gebed haalt dus echt iets uit!
Echt gebed kost ons veel, denk maar aan onze tijd, inzet, geduld. Maar gericht en voortdurend gebed loont veel meer dan het ons kost. Een echt gebed vergt meer kracht dan alle andere dingen.
Bidden is geen makkelijk werk, maar wel het best betaalde.

Het Griekse woord dat in deze tekst gebruikt wordt laat zien dat het gebed een duidelijke uiting van een diepgaande nood is. De eerste betekenis van dit woord is dan ook 'nood'.
Daarom leert onze tekst ons dat gericht en voortdurend gebed tot God veel vermag of veel tot stand brengt.

Het Griekse woord 'veel vermogen' is ook zo'n veelbetekenend en veelzeggend woord. Het betekent 'sterk zijn', 'kracht hebben', 'macht uitoefenen'.
Met andere woorden: gericht en voortdurend gebed heeft veel kracht in zijn verhoring, er kunnen grote dingen uit voortkomen, omdat God er kracht aan geeft.

Dat lezen we ook in het volgende vers (Jak. 5:17).
Elia bracht door gebed iets tot stand.
Hij sloot de hemel toe zodat er gedurende drie jaar en zes maanden geen druppel regen viel. Zelfs geen dauw. (1 Kon. 17:1)
Toen de tijd voorbij was, bad Elia 'nogmaals en de hemel gaf regen, en de aarde bracht vrucht voort.'
Moody heeft eens gezegd: 'Elia deed de hemel voor drie jaar en zes maanden op slot en stopte de sleutel in zijn zak.'
Nu is er waarschijnlijk geen reden voor jou en mij om de hemel voor 3 jaar op slot te doen, of zelfs maar voor 3 dagen.
In onze tijd hebben we wel dringend gebed nodig om andere dingen tot stand te brengen.
Er is geen andere manier waarop we die dingen tot stand kunnen brengen dan door gericht en volhardend gebed.

Door gebed gaan we geestelijk groeien, dat heeft met heiliging te maken. Gelijkvormig worden aan de Here Jezus Christus.
Het gebed brengt Gods kracht in ons werk.
Deze twee punten hebben met onze eigen ziel te maken. Maar de Bijbel noemt meer dingen die we tot stand kunnen brengen door het juiste gebed.

Indien iemand zijn broeder ziet zondigen een zonde niet tot de dood, dan moet hij bidden en God zal hem het leven geven, hun namelijk, die zondigen niet tot den dood.
(1 Joh. 5:16)

God zegt ons hier dat het gebed niet alleen een zegen inhoudt voor degene die bidt, maar dat het de grootste zegen en zeker het eeuwige leven geeft aan hem/haar voor wie we bidden.
Dit vers zegt ons dat wanneer we iemand zien zondigen, wij dan tot God mogen bidden voor die persoon. In antwoord op ons gebed zal God die persoon het eeuwige leven geven.

De gedachte is hier dus dat men voor de zondaar het eeuwige leven mag ontvangen, redding in de meest uitgebreide zin van het woord.
Dit is een geweldige gedachte vol van bemoediging en troost, maar ook grote verantwoordelijkheid.
Door te bidden kunnen we meer voor de redding van anderen doen dan op enige andere manier.
Uiteraard ontslaat ons dit niet van de verantwoordelijkheid om ook op andere manieren de ander te bereiken.
We moeten bereid zijn ons door God te laten gebruiken als antwoord op ons eigen gebed.
Pas als we zó bereid zijn dan kunnen we via ons gebed heel veel betekenen voor een ander.

Zijn we bereid om alles te doen wat in ons vermogen ligt en waarin God ons zal leiden om het behoud van de ander, voor wie we bidden?

De Here Jezus leert en waarschuwt zijn discipelen dat zij allen aanstoot aan Hem zullen nemen. Petrus beweert vervolgens dat hij dat nooit zou doen. (Matth. 26:33 en Joh. 13:37). Dan wordt Petrus nog een keer apart door de Here Jezus gewaarschuwd, maar ook dit helpt niets.
Daarom gaat de Here Jezus voor hen bidden (Luc. 22:31-32). Het gebed van de Here Jezus blijft niet zonder gevolgen zoals we lezen in Hand. 4:8-10.
Petrus die enkele weken daarvoor nog bang was voor het Sanhedrin, spreekt datzelfde Sanhedrin nu vrijmoedig en vol van de Heilige Geest toe.

Het gebed van de Here Jezus brengt meer tot stand dan de woorden die Hij tot Zijn discipelen sprak. Door Zijn gebed veranderde Simon in Petrus, de Rots.

woensdag 30 maart 2011

U krijgt niet, omdat u verkeerd bidt.

Het zal duidelijk zijn dat als we niet bidden dat God ons ook niets kan geven.
Als we 'vergeten' te bidden omdat we geen tijd hebben en zo ons gebed verwaarlozen dan leven we in geestelijke armoe en missen we de kracht van God.
Het kan zelfs zo zijn dat we heel druk zijn met kerkenwerk en denken hiermee goed bezig te zijn. Maar zonder gebed is al ons werken krachteloos en nutteloos.
Ook als we wel bidden dan ervaren we niet altijd dat God ons gebed beantwoord.
Hoe kan dat?

In Jacobus 4:4 lezen we:
U bidt wel, maar u ontvangt niet, omdat u verkeerd bidt, met het doel het in uw hartstochten door te brengen.

We kunnen dus blijkbaar ook verkeerd bidden. Het Griekse woord dat hier gebruikt wordt betekent: 'zij vragen niet zoals het hoort'.
Dat houdt in dat er iets is dat God verhindert om onze gebeden te beantwoorden.

We bidden verkeerd als we, meer of minder bewust, bidden met in ons achterhoofd dat we er beter van zullen worden als we God erbij betrekken. Als we bidden met de gedachte: 'Hoe kan ik op de beste manier gebruik maken van God tot mijn persoonlijk voordeel?'
Als we zo bidden dan is ons motief onzuiver.

'Nood leert bidden' is een bekend gezegde.
Als een mens in moeilijkheden zit door ziekte, pijn, verdriet of onrecht dat hem aangedaan wordt dan kan hij op zoek gaan naar God. Iets wat hij anders nooit doet, gebeurt nu: hij bidt tot God.
Als God dan niet dadelijk tot zijn beschikking staat en hem verhoort, is hij verwonderd, teleurgesteld of beledigd. En vraagt zich af: Waarom zou er een God zijn als Hij niet ter beschikking staat van hen die Hem nodig hebben?

Bidden met deze verwachting leidt niet tot het goede resultaat, maar levert teleurstelling op.
In Matth. 20:20-24 vinden we een voorbeeld van verkeerd begrepen, verkeerd gebruikt en onbeantwoord gebed.
Op een dag kwam een moeder met haar twee zonen bij Jezus. Zij kwam een goed woordje doen voor haar beide jongens en vroeg om de ereplaatsen in het (aardse) koninkrijk van de Here Jezus. Zij geloofde dus dat Hij de komende Koning was.
De zonen van Zebedeus waren neven van Jezus en hadden samen met Petrus al een vooraanstaande plaats in de kring van de discipelen.
Wat zij nu wilden was een leidinggevende positie in het Koninkrijk zodra dit opgericht was.

De andere tien discipelen namen het hen zeer kwalijk toen zij dit hoorden.
De reactie van Jezus is heel anders.
Hij wees hen weliswaar op hun fout, maar neemt het hen niet kwalijk. Hij maakte hen duidelijk dat Hij dit verzoek niet kon inwilligen en vertelt hen ook de reden.

Zo reageert Hij ook naar ons als wij verkeerde vragen stellen.
Hij wordt niet boos, Hij begrijpt ons, overtuigt ons van onze fouten en leert ons hoe wij wel moeten bidden.
Hij wil ons vermanen als we verkeerd bidden. Als we vragen om iets voor ons eigen genoegen, om er zelf beter van te worden.
Hoe vaak komt het niet voor dat we bidden om Gods leiding bij een belangrijke beslissing.
We willen graag een besluit nemen dat in overeenstemming is met Gods wil. Maar het moet dan wel passen binnen onze eigen ideeën, binnen onze eigen mogelijkheden.
Als we eerlijk zijn ontdekken we dat we niet bidden om Gods wil te verstaan maar om Gods wil en zegen in overeenstemming te brengen met onze eigen wil en ons eigen doel. We spannen God dan voor ons karretje.

Als je dat leert ontdekken dan ga je begrijpen wat Jacobus bedoelt in hoofdstuk 4.
Je mag dan erkennen en belijden hoe ik-gericht je eigen hart is en hoe egoïstisch je gebed is. Dan leer je te zeggen: 'Here, leer mij bidden'. Als je zo in volkomen afhankelijkheid van Hem gaat bidden, dan zal de Geest der gebeden je ook leren bidden.
Onze beweegredenen veranderen daardoor.

In 1 Cor.10:31 lezen we hoe we moeten bidden:
“Of u dus eet of drinkt of iets anders doet, doet alles tot eer van God”.
Als zelfs bij gewone dagelijkse dingen zoals eten en drinken de eer van God voorop moet staan, dan toch zeker ook bij het bidden.
Het hoogste doel in ons bidden moet zijn dat God verhoogd wordt in de verhoring van die gebeden. En dus niet dat wij er beter van worden, maar dat God de eer ontvangt voor zichzelf.
Dat leert de Here Jezus ons in wat wel het 'Onze Vader' wordt genoemd: “Uw Naam worde geheiligd”. (Matth. 6)

De Here Jezus heeft ons nog een prachtig gebed nagelaten in Joh. 17. Vers 1 begint met: “Vader, het uur is gekomen, verheerlijk Uw Zoon, opdat ook Uw Zoon U verheerlijkt.”

Hij geeft ons in Joh. 14:13 een geweldige belofte “En wat u ook vraagt in Mijn Naam, dat zal Ik doen, opdat de Vader in de Zoon verheerlijkt zal worden".

Conclusie:
Wat we ook vragen in ons gebed, het eerste doel moet zijn dat God geëerd wordt door het verhoren van onze gebeden.

zaterdag 19 maart 2011

U krijgt niet, omdat u niet bidt. (2)

In de dagen van de apostelen was er een biddende gemeente.
Het boek Handelingen laat zien dat er veel gebeden werd en er grote dingen voor en door de Here gedaan werd.
Het gebed heeft nog evenveel kracht als in die dagen. God is niet veranderd.
Hij luistert nog steeds even intens naar de stem van het waarachtige gebed en zijn hand is nog steeds niet te kort om te redden.

Jes. 59:1,2
Zie, de hand van de HEERE is niet te kort dat ze niet zou kunnen verlossen, en Zijn oor is niet toegestopt dat het niet zou kunnen horen. Maar uw ongerechtigheden maken scheiding tussen u en uw God, uw zonden doen zijn aangezicht voor u verborgen zijn, zodat Hij u niet hoort.

Het gebed is de sleutel die alle voorraadkamers van Gods eindeloze genade en macht opent.
Wij moeten dan wel bereid zijn om die sleutel te gebruiken.
Alles wat God heeft, staat ter beschikking van het gebed.

Gebed zal onze persoonlijke heiliging en onze groei in de gelijkvormigheid aan onze Heer en Heiland Jezus Christus bevorderen.
Gebed en Bijbelstudie gaan hand in hand. Je kan de Bijbel niet lezen zonder te bidden. Je kan niet bidden zonder de Bijbel te lezen.
De groei in de gelijkvormigheid aan onze Heer en Heiland is evenredig aan de tijd en de inzet die we aan het gebed geven. Je moet met heel je hart de Bijbel lezen en met heel je hart bidden.
God spreekt daar Zelf over in:
Jer. 29:13
U zult Mij zoeken en vinden, wanneer u naar Mij zult vragen met heel uw hart. Ik zal door u gevonden worden, spreekt de HEERE.
Efeze 1:3
God heeft ons gezegend met alle geestelijke zegen in de hemelse gewesten in Christus.
Alle geestelijke zegening zijn er voor ons, ze behoren ons toe. Maar het is jouw verantwoordelijkheid er aanspraak op te maken. Je moet je hand uitstrekken om ze te ontvangen.
2 Kor. 3:18
Wij allen nu, die met onbedekt gezicht de heerlijkheid van de Heere als in een spiegel aanschouwen, worden van gedaante veranderd naar hetzelfde beeld, van heerlijkheid tot heerlijkheid, zoals dit door de Geest van de Heere bewerkt wordt.
De Here is de zon, wij zijn spiegels. Wanneer we een spiegel richten op de zon dan weerkaatst de spiegel de zonnestralen. Wanneer wij in verbinding staan met God, weerkaatsen wij de stralen van de zon naar de mensen om ons heen.
Van heerlijkheid tot heerlijkheid wil zeggen dat elke keer als we gemeenschap met Hem hebben we een nieuwe straal van Zijn glorie opvangen en weerkaatsen naar de wereld.
Denk maar aan Mozes als hij van de berg afkomt in Ex. 34:29. Zijn gelaat glansde nadat hij een ontmoeting had gehad met de Here. Hij straalde nadat hij in gesprek was geweest met de Here God.
Zo zullen ook wij, als we de 'gebedsberg' bestijgen om langere tijd alleen met God te zijn, de stralen van zijn heerlijkheid opvangen.
Als we dan terugkomen bij onze medemensen dan zal wellicht niet ons gelaat stralen, maar wel ons karakter.
Wij weerkaatsen de heerlijkheid van God zoals wij die gezien hebben van heerlijkheid tot heerlijkheid.

Hier is het geheim van 'aan het beeld van Zijn Zoon gelijkvormig te zijn': lang met Hem alleen verblijven.
Als je niet lang bij Hem blijft, zul je ook nooit veel op Hem gaan lijken.
God roept ons op tot meer tijd voor gebed dan we nu aan Hem geven, het is de enige manier waarop we werkelijk heilig kunnen worden en blijven.

Door ons gebed wordt ook ons werk met Gods kracht gevuld, zoals staat in Jes. 40:31
'Wie de HEERE verwachten
zullen hun kracht vernieuwen,
zij zullen hun vleugels uitslaan als arenden,
zij zullen snel lopen en niet afgemat worden,
zij zullen lopen en niet moe worden.'
De Heilige Geest is beloofd aan alle gelovigen zodat zij bovennatuurlijke gaven kunnen ontvangen 1 Cor. 12:11.
Al deze dingen echter werkt één en dezelfde Geest, Die aan ieder afzonderlijk uitdeelt zoals Hij wil
De kracht van God is onze kracht als we deze maar zoeken door gebed.

Geloven we nog dat het gebed iets kan bewerkstelligen wat zonder gebed niet zou gebeuren?

zaterdag 5 maart 2011

U krijgt niet, omdat u niet bidt. (1)

Veel mensen worstelen met vragen als: Waarom is er zo weinig groei in mijn geestelijk leven? Waarom verandert er zo weinig? Waarom behaal ik zo weinig overwinning over mijn zonden?
Waarom zijn er zo weinig bekeringen in de kerk?

In Jacobus 4:1-5 ontdekken we een mogelijk antwoord op deze vragen.
Daar staat:

Vanwaar al die strijden en al die conflicten in uw midden? Vloeien ze hier niet uit voort: uit uw hartstochten, die in alle delen van uw lichaam strijd voeren?
U verlangt naar iets en krijgt het niet.
U benijdt anderen en beijvert u om dingen te bemachtigen en kunt ze niet krijgen.
U maakt ruzie en voert strijd, maar u krijgt niet, omdat u niet bidt.
U bidt wel, maar u ontvangt niet, omdat u verkeerd bidt, met het doel het in uw hartstochten door te brengen.
Overspelige mannen en vrouwen, weet u dan niet dat de vriendschap met de wereld vijandschap tegen God is?
Wie dan nu een vriend van de wereld wil zijn, wordt als vijand van God aangemerkt. Of denkt u dat de Schrift tevergeefs zegt: De Geest, Die in ons woont, verlangt Die vurig naar afgunst?

God zegt dus hier in Zijn Woord:
Je verwaarloost je gebed, je hebt niets omdat je niet bidt.
Als we niet bidden, blijven of worden we arm en krachteloos.
En kan God ons niets geven. Dan kunnen we ook niet geestelijk groeien.

In de begin periode van de kerk was dat wel anders.
* De Here voegde dagelijks mensen die zalig werden aan de gemeente toe.
* En velen van hen die het Woord gehoord hadden, geloofden, en het aantal mannen werd ongeveer vijfduizend.
* En er werden er steeds meer toegevoegd die in de Here geloofden, menigten van zowel mannen als vrouwen.
* En het Woord van God verbreidde zich en het aantal discipelen in Jeruzalem nam sterk toe, en een grote menigte priesters werd aan het geloof gehoorzaam.
(Hand. 2:47; 4:4; 5:14; 6:7)

De omstandigheden waarin de kerk verkeerde was helemaal niet zo gunstig. De Joodse geestelijke leiders werkten hen op een harde, wrede en meedogenloze manier tegen.
Ondanks dat alles gingen de eerste christenen gewoon door, elke tegenstand, elke hindernis en vijand overwinnend, van Jeruzalem tot Rome.

Hoe kan dat, vraag je je dan af.
Waardoor groeide de kerk zo snel? Wat was nu hun geheim?
Laten we Hand. 2:42 eens lezen:
En zij volhardden in de leer van de apostelen en in de gemeenschap, in het breken van het brood en in de gebeden.

Dit is een korte, maar wel een veelzeggende beschrijving van de eerste gemeente.
Het was een biddende gemeente.

Ben jij bereid om tijd vrij te maken voor gebed?
Ben jij iemand die biddend betrokken is bij je gemeente?